Zee-Parels: Nemateleotris helfrichi

in

Kenmerken en Gedrag

Nemateleotris helfrichi werd voor de eerste maal gevangen in 1968 langs de Noordwestelijke zijde van Cocos eiland in Guam (Tahiti Micronesië). De naam Helfrichi werd gegeven door Dr. G.R. Allen in zijn revisie van de soort om Dr. Philip Helfrich te eren die bij de eerste vangst aanwezig was. Helfrich's pijlvissen komen bij voorkeur voor aan de voet van een steile rots- en koraalwanden gewoonlijk boven een zanderige bodem en op diepten van 30 tot 80 meter. Ze bewonen zoals hun naaste familieleden N. decora en N. magnifica burchten of holen waarin ze zich bliksemsnel kunnen terugtrekken bij naderend onheil.

Behoudens belangrijke verschillen in kleur wijkt N. helfrichi nog af van N. decora op andere punten, namelijk laats genoemde heeft meer anaalvinstralen. Bij N. magnifica zijn de vinstralen van de eerste verlengde rugvin langer dan deze van N. helfrichi. Pijlvissen komen op relatief grote diepten voor, doch de meeste aantallen worden gevonden op ongeveer 45 meter diepte. Aan de voet van een steile rotswand "staan" ze gewoonlijk met hun kop in de stroming op zoek naar voedsel. De drie bovengenoemde soorten komen dikwijls samen voor, doch telkens werden er meer exemplaren N. helfrichi waargenomen.

Het vangen van een pijlvis, zonder drugs welteverstaan, is geen sinecure. Bij het minste gevaar verdwijnen ze in hun burchtje. Mede hierdoor en het feit dat ze op tamelijk grote diepte voorkomen, verklaart de zeldzaamheid van deze visjes in de aquariumhandel. Is er al een exemplaar beschikbaar dan betalt u daarvoor een hoge prijs. Dit in tegenstelling tot de N. magnifica en de N. decora die een veel groter verspreidingsgebied hebben en dus eenvoudiger in grote aantallen gevangen kunnen worden. In 1991 kwamen deze mooie pijlvissen voor het eerst in de handel. De N. helfrichi wordt voornamelijk geïmporteerd vanuit Micronesië. We onderscheiden ook nog twee kleurvarianten. De meest gekende variant uit Micronesië. En een veel zeldzamere variant van bij de Cook eilanden.

In het aquarium

Daar deze dieren ook in de natuur slechts een klein territorium verdedigen zijn ze uitermate geschikt voor het huiskamer aquarium. Hierbij valt nog te vermelden dat ze uiterst vreedzaam zijn voor de medebewoners van het aquarium en zeer "hard" zijn. Ook voor bij zeepaardjes zijn dit zeer geschikte medebewoners. Pijlvisjes zijn over het algemeen zeer goed houdbaar. Soms treden er wel eens moeilijkheden op om sommige exemplaren aan het eten te krijgen. Uit ondervinding blijkt hier de waterkwaliteit een grote rol te spelen. In zuurstofrijk helder water, vrij van nitraten, eten pijlvissen vrijwel onmiddellijk levende artemia. Na verloop van tijd eten ze alles wat aangeboden wordt.

Pijlvissen worden dikwijls opgemerkt met hun kop in de stroming terwijl ze plankton eten. Deze voedingswijze maakt hen zeker geschikt voor het zogenaamde rif aquarium. N. decora en N. magnifica kunnen gemakkelijk in kleine schooltjes gehouden worden. N. helfrichi heeft echter de neiging op de vuist te gaan met soortgenoten in een beperkte ruimte. Voorzie voor een groep of koppel dan ook voldoende ruimte en schuilmogelijkheden.

Voortplanting en kweek

Het verschil in geslacht bij pijlvissen is zeer moeilijk vast te stellen. Er is een zichtbaar verschil maar dit is enkel vast te stellen vlak voor het afleggen. Het vrouwtjes heeft dan een overduidelijke opgezwollen buikflank. Een tweede manier bestaat uit onderzoek van de genitaalpapil die bij het mannetje lang en conisch is en bij het wijfje kort en gelobd. Daar deze papil, zeker bij de nogal kleine pijlvissen, zeer klein is blijft dit een werkje voor specialisten. Meestal vraagt dit onderzoek een narcose van het dier. Pijlvissen zijn verder protogynetisch hermafrodiet, wat wil zeggen dat het grootste wijfje een functioneel mannetje wordt. Ze worden dus allemaal vrouwelijk geboren. Bij het plaatsen van twee jonge exemplaren zult u vrijwel altijd een koppel verkrijgen.

De eieren van pijlvissen zijn kleine aan de uiteinden afgeronde cilindertjes van ongeveer 1,1 tot 3,3 mm lang en een diameter van 0,5 tot 1 mm. Deze dieren leggen gemakkelijk af in gevangenschap. Meermaals komt het voor dat ze reeds afleggen in de aquaria van de handelaars. Het grootbrengen van de larven is zeer goed mogelijk. N. magnifica en N. decora worden al op commerciële basis gekweekt. De N. helfrichi wordt enkele nog door een select publiek gekweekt. De incubatietijd bedraagt, afhankelijk van de watertemperatuur 3 tot 6 dagen. Halverwege deze tijd draait de larve zich in het ei. Onderzoek bracht aan het licht dat larven die zich niet draaien ook niet uitkomen. Voorzie bij een echtpaar altijd een goede afleg plaats. Een half ingegraven PVC pijpje doet wonderen. Verder is een goede gezonde voeding belangrijk om de dieren aan de kweek te krijgen. De larven moeten apart opgekweekt worden en gevoerd worden met rotiferen. De S-strains zijn de belangrijkste variant waarmee we moeten starten. Na 5 dagen kunnen we Artemia nauplli voeren. Belangrijk is dat we de voeding verrijken met extra toevoegingen. Selco DHA® is de meest geschikte variant voor deze vissoorten. Onlangs zijn ook de eerste meldingen binnen gekomen over kruisingen. Op de foto kunt u een kruising tussen een N. helfrichi en een andere N. sp. aanschouwen.